Een warm hart voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs

Wij verwoorden onze visie als volgt:

Identiteit

We willen het kind helpen zijn relatie tot God, tot de mede-mens, tot de wereldwijde samenleving en tot de totale schepping te zien en daar op persoonlijke wijze vorm aan te geven om op een juiste manier als christen te leven in de toekomstige maatschappij.

Het kind

Ieder kind is een uniek wezen, enig in zijn soort, anders dan ieder ander kind. Dat betekent dat we ons opvoedingsideaal steeds toe moeten spitsen op de aard en de aanleg van ieder kind per-soonlijk. Wij vinden het belangrijk dat leerlingen de ruimte krijgen hun gaven en talenten optimaal te ontwikkelen.

Onderwijs

Voor ons vormen de basisvaardigheden (rekenen, lezen, taal) een essentieel onderdeel van het onderwijsaanbod. Het onderwijs wordt gegeven aan de hand van moderne, actuele methoden die voldoen aan de kerndoelen. Ons onderwijsaanbod vindt bij voorkeur plaats in een betekenisvolle, leerrijke omgeving. T.a.v. de wereldoriënterende vakken wordt alles zoveel mogelijk in samenhang aangeboden en niet in aparte vakgebieden. Hierbij gebruiken we veel taalvaardigheden.

Personeel

Personeelsleden zijn zich bewust van de essenties van christelijk leraarschap. De leerkracht met passie wekt verwondering bij de leerling, kan zich inleven in de belevingswereld van het kind en weet de leerling in het hart te raken. Hierbij vinden wij het essentieel dat leerkrachten een voorbeeldgedrag tonen vanuit de liefde tot Christus.

Ouders

Opvoeding en onderwijs zien we als een verantwoordelijkheid die we delen met de ouders van onze leerlingen. Een positief contact en een juiste wijze van informeren zijn daarbij van wezenlijk belang. Een goede ontwikkeling van de leerling wordt bevorderd wanneer de sfeer van school en thuis zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming zijn.

Om bovenstaande gestalte te geven, hebben we enige jaren geleden gekozen voor het anders vormgeven van ons onderwijsaanbod. Hieronder vindt u wat wij opgenomen hebben in ons Schoolplan 2011 - 2015 t.a.v. onderwijs.

Ontwikkelingsgericht onderwijs helpt kinderen hun volle persoonlijkheid te ontwikkelen. Binnen die doelstelling zoekt de leerkracht naar een thematisch aanbod van sociaal-culturele activiteiten die te verbinden zijn aan kennis en vaardigheden om zo een brede ontwikkeling mogelijk te maken. We maken hierbij maximaal gebruik van het taalonderwijs (bijv. lezen en schrijven van teksten).

Ontwikkelingsgericht onderwijs verbindt een leerlinggerichte pedagogiek met een activerende didactiek: Leerkrachten bemiddelen  tussen de motieven, betekenissen en mogelijkheden van leerlingen enerzijds en hun onderwijsdoelen anderzijds. In het activiteitenaanbod van de leerkracht vervult de didactische organisatie een belangrijke rol. De activiteiten hebben in de onderbouw vooral een spelkarakter en in de bovenbouw een onderzoekskarakter rond de wereldoriënterende vakken.

Het concept van ontwikkelingsgericht onderwijs is gebaseerd op de neo-Vygotskiaanse theorieën en de relevantie voor de onderwijspraktijk zit in het feit dat het een volledige theorie is. De aanpak is zowel pedagogisch (brede persoonsontwikkeling) als didactisch (een uitgewerkte methodologie), als leerpsychologisch (de leerling is een actieve leerder, die mede aan het eigen leren vorm geeft), als cultureel (sociaal-culturele activiteiten en cultuuroverdracht).

Een belangrijk begrip bij Vygotsky’s ontwikkelingstheorie en daarmee bij ontwikkelingsgericht onderwijs is de zone van naaste ontwikkeling, d.w.z. de ontmoeting van wat een leerling al zelfstandig kan (actuele ontwikkelingsniveau) en wat een leerling kan met ondersteuning van een meerwetende partner (leerkracht/ leerling). De zone van naaste ontwikkeling is daarmee een sociaal-culturele activiteit waaraan de leerling zinvol kan en wil deelnemen, maar die hij nog niet zelfstandig kan volbrengen.

Zowel de leerling als de leerkracht dragen dus bij aan de activiteit, waaraan voor de leerkracht onlosmakelijk reflectie en observatie zijn verbonden. De essentie van deze benadering zit daarom in de interactie met de leerlingen tijdens de deelname van de leerkracht aan gemeenschappelijke activiteiten van de leerlingen.

Ga naar boven